Obliquus externus abdominis (buitenste schuine buikspier)

M. obliquus externus abdominis

Ook bekend als: buitenste schuine buikspier, external oblique.

Figuur 49.1A. De externe schuine buikspier.
Figuur 49.1A. De externe schuine buikspier.
Figuur 49.6A. Bovenbuikverwijzing van de externe schuine buikspier.
Figuur 49.6A. Bovenbuikverwijzing van de externe schuine buikspier.

In het kort

De buitenste schuine buikspier is de meest oppervlakkige brede buikspier. Er zijn zowel bovenbuik- als lage buik/liespatronen beschreven.

Anatomie

De buitenste schuine buikspier ligt direct onder de oppervlakkige weefsels van de zijkant van de buik. Acht ribslippen beginnen aan de buitenzijde van ribben 5–12. Bovenaan grijpen die aan tussen slippen van de serratus anterior, onderaan sluiten ze aan bij de latissimusregio. Het grootste deel van de vezels loopt schuin omlaag en naar de voorste middenlijn, ongeveer zoals vingers in een broekzak. De meest achterste bundels lopen rechter naar beneden. De spier gaat vooraan over in een brede peesplaat naar de witte lijn en heeft aanhechtingen aan de voorste bekkenkam. De onderste peesrand draagt bij aan de liesband. Deze richting verschilt duidelijk van de onderliggende binnenste schuine buikspier.

Functie

Beide zijden helpen vooroverbuigen, buikdruk opbouwen en krachtig uitademen. Eenzijdig helpt de spier naar dezelfde kant zijwaarts buigen en naar de andere kant draaien. Hij werkt daarbij samen met de binnenste schuine buikspier van de tegenoverliggende lichaamshelft. Spanning mag bij inspanning toenemen en daarna weer afnemen; voortdurend hard aanspannen is niet nodig.

Pijn & uitstraling

Een bovenste voorbeeld uit de geraadpleegde literatuur heeft een kerngebied in de maagkuil, met mogelijke uitbreiding rond het onderste borstbeen en schuin door de buik. Voor de lagere laterale buikwand beschrijft het ook verwijzing naar onderbuik, lies en soms geslachtsregio. Dat onderste patroon kan uit meer dan één buikwandlaag komen. Een brandend gevoel in de bovenbuik of pijn in de lies mag niet op basis van deze kaart als spierprobleem worden benoemd.

Symptomen & beperkingen

  • Buikpijn of branderig bovenbuikongemak dat op een inwendige klacht kan lijken.
  • Lies- of testiculaire verwijzing bij lage laterale buikwandpunten.

Belasting & onderhoudende factoren

De geraadpleegde literatuur noemt herhaalde of krachtige buikspierbelasting, hoesten, letsel of operatie en langdurige spanning. Daarnaast kunnen aandoeningen van buik- of bekkenorganen met buikwandgevoeligheid samengaan; een verband is niet automatisch een spieroorzaak.

Epidemiologie & onderzoek

In een onderzoek met 72 mannen met chronische prostatitis/bekkenpijn werd bij ten minste 80% van bepaalde symptoomgroepen suprapubische, testiculaire of liespijn door druk op externe-obliquuspunten gereproduceerd. Dit is voorwaardelijke pijnreproductie, geen triggerpointprevalentie van 80%.

Klinische context

Buikpijn kan ook ontstaan door appendicitis, galblaas- of maag/darmaandoeningen, urinewegproblemen, een breuk of gynaecologische aandoeningen. Buikwandpijn en inwendige ziekte kunnen tegelijk aanwezig zijn.

Zelfzorg bij obliquus externus abdominis

De buikspieren dragen bij aan bewegen, ademen en drukopbouw in de romp. Ze hoeven niet de hele dag strak aangespannen te zijn. Buikpijn kan uit organen komen; deze zelfzorg is bedoeld voor een al beoordeelde spiergerelateerde klacht.

Laat de buikwand tussen de kleine bekkenbewegingen weer ontspannen. Bij sport met veel draaien bouw je het draaien later geleidelijk op; probeer een branderig buikgevoel niet weg te drukken of hard op te rekken.

Belasting in je dag aanpassen

Vermijd een knellende riem of kleding als de buik daardoor gevoelig wordt. Neem bij lang zitten regelmatig een beweegpauze.

Bouw zware buikspieroefeningen rustig op en blijf tijdens inspanning ademen. Een zwaar sit-upprogramma is geen noodzakelijke eerste stap.

Kleine bekkenkanteling

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Kleine bekkenkanteling. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ga comfortabel liggen

    Lig op de rug met gebogen knieën en voeten op de grond.

  2. Kantel klein

    Beweeg het bekken rustig een klein stukje, zodat de ruimte onder de onderrug iets kleiner wordt. Span de buik slechts licht aan.

  3. Laat weer los

    Keer terug naar de beginstand en voel het verschil tussen aanspannen en ontspannen. Houd de adem vrij.

Rustig opbouwen

Begin met 5 kleine bekkenbewegingen en een rustige ademhaling ertussen. De lichte start sluit aan bij de bekkenkanteling.

Wanneer stoppen? Stop bij toenemende of onverklaarde buikpijn, misselijkheid of duizeligheid. Heftige buikpijn, koorts, bloedverlies of ziek zijn vraagt medische beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Druk niet diep in de buik met vingers, bal of massagehulpmiddel. Zelfpalpatie kan geen onderscheid maken tussen spierpijn en een probleem van een buikorgaan. Na een operatie of tijdens zwangerschap vraagt oefenen een passend advies.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1455.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1455.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1465.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1469.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1477.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1483.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1476.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1476.
  • Zelfzorg bij obliquus externus abdominis: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Kleine bekkenkanteling: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Illustratie 1: Figuur 49.1A. De externe schuine buikspier. Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1457.
  • Illustratie 2: Figuur 49.6A. Bovenbuikverwijzing van de externe schuine buikspier. Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1472.