Rectus abdominis (rechte buikspier)

M. rectus abdominis

Ook bekend als: rechte buikspier.

Figuur 49.4. Rectus abdominis met peesinscripties; de kleine pyramidalis staat onderaan ter oriëntatie.
Figuur 49.4. Rectus abdominis met peesinscripties; de kleine pyramidalis staat onderaan ter oriëntatie.
Figuur 49.7A–B. Rug- en onderbuikverwijzing uit verschillende rectus-abdominisgebieden.
Figuur 49.7A–B. Rug- en onderbuikverwijzing uit verschillende rectus-abdominisgebieden.
Figuur 49.7C. Onderbuikpatroon dat volgens het boek menstruatiepijn kan nabootsen of versterken.
Figuur 49.7C. Onderbuikpatroon dat volgens het boek menstruatiepijn kan nabootsen of versterken.

In het kort

De rechte buikspier verbindt schaambeen en voorste ribbenboog. Er zijn bovenste, navel- en onderste zones met uiteenlopende verwijzing beschreven.

Anatomie

De rechte buikspier bestaat uit twee verticale spierstroken, gescheiden door de witte lijn. Onderaan hecht hij bij schaambeenkam en symfyse, bovenaan aan het zwaardvormige uiteinde van het borstbeen en ribkraakbeenderen 5–7. Meestal zijn er drie of vier peesinscripties die de bekende segmenten vormen; aantal en volledigheid variëren. De spier ligt in de rectusschede. Onder de booglijn ontbreekt de stevige achterste aponeurotische schede, maar de diepere fascie blijft aanwezig. Verschillende segmenten krijgen takken van onderste borstzenuwen; segmenten zijn niet hetzelfde als type-I- en type-II-vezels.

Functie

Helpt de romp buigen, het bekken achterover kantelen, buikdruk opbouwen en krachtig uitademen. Bij gecontroleerd achterover zakken kan hij remmend verlengen. Hij werkt samen met de schuine en dwarse buikspieren. Een zichtbare sixpack, meer spanning of maximaal aanspannen zegt op zichzelf weinig over de oorzaak van pijn.

Pijn & uitstraling

De geraadpleegde literatuur onderscheidt hoog, rond de navel en laag. Bovenste delen kunnen naar maagkuil en bovenbuik verwijzen en een horizontale band over beide zijden van de lagere borst-/rugregio geven. Rond de navel worden bredere of krampende buikgevoelens beschreven. Lage delen kunnen onderbuikpijn en een dwars gebied over lage rug en SI-regio geven. Een rechts gelegen onderste voorbeeld overlapt met het gebied dat bij appendicitis pijnlijk kan zijn; deze overeenkomst is juist reden voor beoordeling en geen manier om appendicitis uit te sluiten. Ook een onderbuikpatroon rond menstruatie bewijst geen spieroorzaak.

Symptomen & beperkingen

  • Buikpijn, druk of een opgezet gevoel kunnen de rugklacht begeleiden.
  • Afhankelijk van het segment beschrijft de geraadpleegde literatuur klachten die lijken op maag-/darm- of menstruatiepijn.

Belasting & onderhoudende factoren

Herhaald krachtig buigen of tillen, buikoperatie of trauma en krachtige ademhalingsbelasting kunnen de spier beïnvloeden. De geraadpleegde literatuur bespreekt tevens wisselwerking met inwendige pijn, niet uitsluitend mechanische overbelasting.

Epidemiologie & onderzoek

In de studie met 72 mannen met chronische prostatitis/bekkenpijn kon penispijn bij meer dan 75% van de betreffende symptoomgroep door druk op rectus-abdominispunten worden gereproduceerd. Het percentage betreft herkenbare pijnreproductie en is geen bevolkings- of triggerpointprevalentie.

Klinische context

Buikpijn kan ook ontstaan door appendicitis, galblaas- of maag/darmaandoeningen, urinewegproblemen, een breuk of gynaecologische aandoeningen. Buikwandpijn en inwendige ziekte kunnen tegelijk aanwezig zijn.

Zelfzorg bij rectus abdominis

De buikspieren dragen bij aan bewegen, ademen en drukopbouw in de romp. Ze hoeven niet de hele dag strak aangespannen te zijn. Buikpijn kan uit organen komen; deze zelfzorg is bedoeld voor een al beoordeelde spiergerelateerde klacht.

Begin met de kleine bekkenkanteling. Een zware sit-up of lang vasthouden is geen noodzakelijke start. Na een buikoperatie, bij zwangerschap of een vermoeden van een buikwandbreuk pas je de oefening met je behandelaar aan.

Belasting in je dag aanpassen

Vermijd een knellende riem of kleding als de buik daardoor gevoelig wordt. Neem bij lang zitten regelmatig een beweegpauze.

Bouw zware buikspieroefeningen rustig op en blijf tijdens inspanning ademen. Een zwaar sit-upprogramma is geen noodzakelijke eerste stap.

Kleine bekkenkanteling

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Kleine bekkenkanteling. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ga comfortabel liggen

    Lig op de rug met gebogen knieën en voeten op de grond.

  2. Kantel klein

    Beweeg het bekken rustig een klein stukje, zodat de ruimte onder de onderrug iets kleiner wordt. Span de buik slechts licht aan.

  3. Laat weer los

    Keer terug naar de beginstand en voel het verschil tussen aanspannen en ontspannen. Houd de adem vrij.

Rustig opbouwen

Begin met 5 kleine bekkenbewegingen en een rustige ademhaling ertussen. De lichte start sluit aan bij de bekkenkanteling.

Wanneer stoppen? Stop bij toenemende of onverklaarde buikpijn, misselijkheid of duizeligheid. Heftige buikpijn, koorts, bloedverlies of ziek zijn vraagt medische beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Druk niet diep in de buik met vingers, bal of massagehulpmiddel. Zelfpalpatie kan geen onderscheid maken tussen spierpijn en een probleem van een buikorgaan. Na een operatie of tijdens zwangerschap vraagt oefenen een passend advies.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1457.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1457.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1466.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1470.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1477.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1483.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1476.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1476.
  • Zelfzorg bij rectus abdominis: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Kleine bekkenkanteling: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Illustratie 1: Figuur 49.4. Rectus abdominis met peesinscripties; de kleine pyramidalis staat onderaan ter oriëntatie. Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1463.
  • Illustratie 2: Figuur 49.7A–B. Rug- en onderbuikverwijzing uit verschillende rectus-abdominisgebieden. Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1474.
  • Illustratie 3: Figuur 49.7C. Onderbuikpatroon dat volgens het boek menstruatiepijn kan nabootsen of versterken. Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1474.