Obliquus internus abdominis (binnenste schuine buikspier)

M. obliquus internus abdominis

Ook bekend als: binnenste schuine buikspier, internal oblique.

Figuur 49.1B. Obliquus internus zichtbaar onder de weggesneden externuslaag.
Figuur 49.1B. Obliquus internus zichtbaar onder de weggesneden externuslaag.
Gedeeld pijnvoorbeeld van de onderste buikwand: onderbuik en lies, met mogelijke uitbreiding. Dit patroon is niet exclusief voor de obliquus internus; de inzet toont diens regionale anatomie.
Gedeeld pijnvoorbeeld van de onderste buikwand: onderbuik en lies, met mogelijke uitbreiding. Dit patroon is niet exclusief voor de obliquus internus; de inzet toont diens regionale anatomie.

In het kort

De binnenste schuine buikspier ligt onder externus en boven transversus. Zijn vezelrichting en rotatiefunctie verschillen van de oppervlakkige laag.

Anatomie

De binnenste schuine buikspier ligt onder de buitenste en boven de dwarse buikspier. Zijn waaiervormige bundels verbinden de voorste bekkenkam, het laterale deel van de liesband en de thoracolumbale peesplaat met de onderste ribben en de voorste buikwand. Achterste vezels lopen vrij verticaal, middelste schuin omhoog en naar binnen, laagste meer horizontaal en boogvormig richting schaambeen. Via de rectusschede bereiken peesvezels de witte lijn. De laagste bundels delen een peesverbinding met de dwarse buikspier. Zenuwen en bloedvaten lopen tussen deze spier en de dwarse laag; het is geen plek voor diepe zelfdruk.

Functie

Helpt samen met de buitenste laag vooroverbuigen, zijwaarts bewegen en buikdruk regelen. Bij draaien werkt de rechter binnenste schuine spier mee aan draaien naar rechts, samen met de linker buitenste schuine spier. Verschillende delen kunnen bij ademhaling en belasting anders actief zijn. Dat betekent niet dat ieder deel zijn eigen vast pijnpatroon heeft.

Pijn & uitstraling

Het getoonde lage-buikpatroon hoort in de geraadpleegde literatuur bij de lagere laterale buikwand en is niet exclusief aan deze binnenste laag toe te schrijven. Er wordt pijn in onderbuik, lies en soms geslachtsregio beschreven, met mogelijke ruimere buikuitstraling. Historische beschrijvingen van blaas- of darmklachten zijn geen bewijs dat een triggerpoint die klachten bij een individuele patiënt veroorzaakt.

Symptomen & beperkingen

  • Lage buik- of liespijn kan bij betrokkenheid van deze laag voorkomen.
  • Urologische begeleidende verschijnselen worden in de geraadpleegde literatuur voor lage buikwandpunten besproken, zonder een bewezen exclusieve toeschrijving aan internus.

Belasting & onderhoudende factoren

De geraadpleegde literatuur noemt herhaalde of krachtige buikspierbelasting, hoesten, letsel of operatie en langdurige spanning. Daarnaast kunnen aandoeningen van buik- of bekkenorganen met buikwandgevoeligheid samengaan; een verband is niet automatisch een spieroorzaak.

Epidemiologie & onderzoek

De geraadpleegde literatuur geeft geen afzonderlijke prevalentie van triggerpoints voor deze spier. Cijfers voor de spiergroep of voor patiënten met een bepaald pijnsyndroom mogen niet als een spier-specifiek bevolkingscijfer worden gelezen.

Klinische context

Buikpijn kan ook ontstaan door appendicitis, galblaas- of maag/darmaandoeningen, urinewegproblemen, een breuk of gynaecologische aandoeningen. Buikwandpijn en inwendige ziekte kunnen tegelijk aanwezig zijn.

Zelfzorg bij obliquus internus abdominis

De buikspieren dragen bij aan bewegen, ademen en drukopbouw in de romp. Ze hoeven niet de hele dag strak aangespannen te zijn. Buikpijn kan uit organen komen; deze zelfzorg is bedoeld voor een al beoordeelde spiergerelateerde klacht.

Je hoeft deze diepe laag niet met je vingers te vinden. Oefen rustig met lichte spanning en vrije ademhaling. Bij liespijn, een zichtbare zwelling of nieuwe plas- of darmklachten laat je de oorzaak beoordelen.

Belasting in je dag aanpassen

Vermijd een knellende riem of kleding als de buik daardoor gevoelig wordt. Neem bij lang zitten regelmatig een beweegpauze.

Bouw zware buikspieroefeningen rustig op en blijf tijdens inspanning ademen. Een zwaar sit-upprogramma is geen noodzakelijke eerste stap.

Kleine bekkenkanteling

Kies een kleine, rustige beweging die je goed kunt controleren. De uitvoering hieronder is een patiëntvriendelijke startvariant; een persoonlijk oefenplan kan hiervan afwijken.

Kleine bekkenkanteling. Stap voor stap uitgebeeld.
Een rustige startvariant. Volg de uitvoering, dosering en stopadviezen hieronder.
  1. Ga comfortabel liggen

    Lig op de rug met gebogen knieën en voeten op de grond.

  2. Kantel klein

    Beweeg het bekken rustig een klein stukje, zodat de ruimte onder de onderrug iets kleiner wordt. Span de buik slechts licht aan.

  3. Laat weer los

    Keer terug naar de beginstand en voel het verschil tussen aanspannen en ontspannen. Houd de adem vrij.

Rustig opbouwen

Begin met 5 kleine bekkenbewegingen en een rustige ademhaling ertussen. De lichte start sluit aan bij de bekkenkanteling.

Wanneer stoppen? Stop bij toenemende of onverklaarde buikpijn, misselijkheid of duizeligheid. Heftige buikpijn, koorts, bloedverlies of ziek zijn vraagt medische beoordeling.

Zelfmassage: wat past hier?

Druk niet diep in de buik met vingers, bal of massagehulpmiddel. Zelfpalpatie kan geen onderscheid maken tussen spierpijn en een probleem van een buikorgaan. Na een operatie of tijdens zwangerschap vraagt oefenen een passend advies.

Het effect beoordelen en verder opbouwen

Kies eerst één aanpassing of oefening. Vergelijk daarna een gewone activiteit die voor jou lastig was, en kijk ook hoe het later op de dag en de volgende ochtend gaat. Een tijdelijke prettige sensatie is niet hetzelfde als herstel van de belastbaarheid.

Gaat het goed, bouw dan één onderdeel tegelijk op: iets vaker bewegen, iets verder bewegen of later wat meer weerstand. Worden klachten duidelijk erger, verminder dan de belasting en bespreek wat er gebeurt. Blijf je beperkt in dagelijkse activiteiten, laat dan ook andere mogelijke oorzaken onderzoeken.

Meer over fascia, stijfheid en bewegen →

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1456.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1456.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1465.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1470.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1476.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1483.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1476.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1476.
  • Zelfzorg bij obliquus internus abdominis: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Belasting in je dag aanpassen: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Kleine bekkenkanteling: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Zelfmassage: wat past hier?: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Het effect beoordelen en verder opbouwen: Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1488, 1489, 1490.
  • Illustratie 1: Figuur 49.1B. Obliquus internus zichtbaar onder de weggesneden externuslaag. Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1457.
  • Illustratie 2: Gedeeld pijnvoorbeeld van de onderste buikwand: onderbuik en lies, met mogelijke uitbreiding. Dit patroon is niet exclusief voor de obliquus internus; de inzet toont diens regionale anatomie. Donnelly, hoofdstuk 49, bronp. 1472.