Pols- en vingerbuigers & pronatoren

Mm. flexores carpi et digitorum, flexor pollicis longus en pronatores

Afzonderlijke spieren

Flexor carpi radialis

Flexor carpi ulnaris

Flexor digitorum superficialis

Flexor digitorum profundus

Flexor pollicis longus

Pronator teres

Pronator quadratus

In het kort

Overzicht: Dit overzicht omvat de pols- en vingerbuigers en de pronatoren van de onderarm. Elke subgroep heeft een eigen functie en pijngebied: polsbuigers rond de pols, vingerbuigers in de aangestuurde vinger en pronatoren in onderarm en pols.

Anatomie

De flexor carpi radialis en ulnaris lopen aan de handpalmzijde van de onderarm naar de handwortel of middenhand. De oppervlakkige en diepe vingerbuigers lopen door naar respectievelijk de middelste en laatste vingerkootjes; de flexor pollicis longus naar het eindkootje van de duim. Pronator teres en quadratus verbinden onderarmstructuren met het spaakbeen om de onderarm te draaien.

Functie

De polsbuigers buigen de hand en bewegen haar richting duim- of pinkzijde. De superficialis buigt vooral de middelste vingergewrichten, de profundus de eindgewrichten en de pollicis longus het duimeindgewricht. De quadratus proneert de onderarm; de teres ondersteunt vooral snelle of belaste pronatie.

Pijn & uitstraling

FCR-pijn concentreert zich aan de duimzijde van de palmaire pols, FCU-pijn aan de pinkzijde. FDS- en FDP-vezels kunnen uitstralen door de bijbehorende vinger tot de vingertop; FPL-pijn loopt aan de handpalmzijde van de duim tot de top. Pronator-terespijn ligt diep in de radiale onderarm en pols. Experimenteel opgewekte quadratuspijn kan langs de onderarm naar elleboog en vooral de derde tot vijfde vingers lopen.

Symptomen & beperkingen

  • Pijn bij stevig grijpen, draaien, trekken of knippen met een schaar.
  • Moeite met schrijven, kleine voorwerpen pakken of andere fijne vingerhandelingen.
  • Bij pronator-teresklachten kan de handpalm omhoog draaien met een holle hand pijnlijk zijn, bijvoorbeeld bij het opvangen van munten.

Belasting & onderhoudende factoren

Herhaalde krachtige grepen bij gereedschap, skistokken en andere trek- of draaiactiviteiten kunnen de buigers belasten. Muziek maken en klimmen worden eveneens beschreven. Voor deze onderarmbuigers benadrukt de geraadpleegde literatuur vooral de grove krachtige greep, terwijl langdurige fijne pincetgrepen sterker bij de kleine handspieren worden besproken.

Epidemiologie & onderzoek

Voor de pronator quadratus beschrijft de geraadpleegde literatuur een pijnexperiment bij 35 gezonde personen met zoutoplossing in de spier. Daaruit kwamen meerdere verwijspatronen naar onderarm en vingers naar voren. Dit experimentele onderzoek verduidelijkt mogelijke pijnprojectie en meet niet hoe vaak quadratus-triggerpoints of klinische klachten voorkomen.

Klinische context

Mediale elleboogtendinopathie, carpale-tunnelsyndroom, ulnaire neuropathie, lokale artrose en cervicale radiculaire klachten kunnen overlappen. De relatie van de buigers en pronatoren tot medianus- en ulnariszenuw maakt afzonderlijk neurologisch onderzoek relevant bij tintelingen, gevoelsverlies of zwakte.

Verwante spieren

Fysio Family · Rotterdam

Hulp bij jouw spierklachten

Herken je klachten en wil je weten wat in jouw situatie past? Bespreek je klachten, beweging en belasting met een fysiotherapeut.

Bekijk onze praktijk en fysiotherapeuten · Meer over myofasciale pijn · Uitleg over dry needling

Plan een afspraak →

Bronnen en verdieping

Uitgegeven door Fysio Family. De informatie is bedoeld om klachten en mogelijke samenhang te begrijpen. Een pijnpatroon alleen stelt geen diagnose.

Onderzoek

Anatomie, pijnpatronen en zelfzorg: bronverwijzingen

Travell, Simons & Donnelly’s Myofascial Pain and Dysfunction, 4e editie.

  • In het kort: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1143.
  • Anatomie: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1144.
  • Functie: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1151.
  • Pijn en uitstraling: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1153.
  • Klachten: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1157.
  • Belasting: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1161.
  • Onderzoek: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1157.
  • Klinische context: Donnelly, hoofdstuk 38, bronp. 1163.